werkgroep HandinHand en PPM de bijeenkomst
’Koran, gruwel of inspiratie’
bij Koops Boekhandel in Venlo.Hiervoor was uitgenodigd filosoof en auteur Mevrouw Marlies ter Borg.
De aanwezige waren voornamelijk niet-moslims. Gelukkig kwamen er later op de avond nog enkele moslims, zodat de discussie uiteindelijk wel levendig zou worden.
Mevrouw Ter Borg begon haar pleidooi met het tonen van de Koran en het boek ‘Mein Kampf’.
De heer Wilders heeft beide boeken ooit met elkaar vergeleken. Ter Borg heeft aan de hand van concrete citaten een en ander ter discussie gesteld. Voor haar is Mein Kampf een langdradig boek zonder eind. Het beschrijft één superieur ras welk meer recht op ruimte heeft en voor het verkrijgen van die ruimte geweld mag gebruiken. De Joodse mensen zijn de schuld van alles. Het beschrijft een agressieve, idealistische en politieke ideologie.
Achtereenvolgens besprak Ter Borg of de Koran discriminerend, antisemitisch of oorlogszuchtig is, besprak ze de term ‘jihad’ en bekeek ze hoe er wordt aangekeken tegen afvalligen?
De volgende verzen laten zien dat de Koran niet discriminerend is.
“En tot Zijn tekenen behoren de schepping van hemelen en aarde en het verschil in jullie talen en kleuren. …..” (30.22)
“O mensen, Wij hebben jullie uit een man en een vrouw geschapen en Wij hebben jullie tot volkeren
en stammen gemaakt opdat jullie elkaar zouden kennen. ….”(49.13)
Is de Koran antisemitisch? Er staan negatieve opmerkingen over de kinderen van Israel in de Koran, maar die staan in de Bijbel ook. Mozes had zelf ook kritiek op zijn eigen volk. De Koran herhaalt ook
een aantal positieve dingen over de Israëlieten:
“Wij hebben aan de Israëlieten het boek, de oordeelskracht en het profeetschap gegeven, Wij hebben met goede dingen in hun onderhoud voorzien en Wij hebben hen boven de wereldbewoners verkozen. “(45.16)
Hetgeen in vers 5.32 staat, wordt ook in een Joods gezegde gebruikt: “Derhalve hebben Wij aan de Israëlieten voorgeschreven dat wie iemand doodt, anders dan voor doodslag of wegens verderf zaaien op de aarde, is alsof hij de mensen gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven is alsof hij
de mensen gezamenlijk heeft laten leven”.
Volgens de Koran zijn er drie groepen gelovigen die het paradijs erven: “Zij die geloven, zij die het jodendom aanhangen, de Sabiërs en de christenen die in god en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.”
Is de Koran oorlogszuchtig? De eerste indruk zou inderdaad kunnen zijn dat de Koran oorlogszuchtig
is. Vooral als we kijken naar de verzen 47.4 (“En wanneer jullie hen die ongelovig zijn (in de strijd) ontmoeten, slaat hen dan dood…….) en 2.190-191 (En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden,…..Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben….”).
Maar vergeet dan niet om ook door te lezen tot vers 192: “Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is…….Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers“.
Vers 47.4 gaat duidelijk over een oorlog. Bestrijden met geweld gebeurt in elke oorlog. Defensief en reactief: als zij tegen jou strijden, strijdt dat tegen hen.
Ook in het internationaal recht heeft men recht op verdediging. En wanneer een oorlog eindigt neemt men alleen oorlogsmisdadigers iets kwalijk.
Met ‘hen die ongelovig zijn’ wordt niet iedereen die geen moslim is bedoeld, maar iemand die polytheïstisch is. Het gaat niet om een totale bevolkingsgroep of geloof. Het perspectief is vrede en vriendschap. Zie ook vers 60.7. “Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen….”
In de bijbel staat Timotcus 6: 11-12: ”Streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. Strijd de goede strijd van het geloof.” In de Koran staat: “En zet jullie voor God in met de inzet die Hem toekomt” (22.78). Beide gaan over de innerlijke jihad.
Voor wat betreft de godsdienstvrijheid lezen we in vers 2.256: “In de godsdienst is geen dwang” en in vers 10.99 -100: “En als jouw Heer het had gewild, hadden wie er op de aarde zijn allen geloofd.
Of kun jij de mensen dwingen gelovigen te worden. Niemand kan geloven zonder Gods toestemming……”
In vers 2.114 (“En wie zijn er zondiger dan zij die verhinderen dat in de bedehuizen Gods naam wordt vermeld en die proberen ze te verwoesten. ….”) wordt gesproken over ‘bedehuizen’. Hier gaat het om alle godshuizen.
Vers 2.21 (“Wie van jullie zich van hun godsdienst afkeren en dan als ongelovigen sterven, dat zijn zij wier daden in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals vruchteloos zijn. ….”) gaat over de periode waarin de Mekkanen de moslims verhinderen om te bidden. Er ontstaat daardoor een oorlog. Mensen die zich toen van het geloof afkeerden, werden gezien als overlopers, als verraders.
Maar zelfs daarbij werd het oordeel bij God gelegd en niet bij de mens. God zal hen het leven in het hiernamaals vruchteloos maken.
De straf die vaak wordt opgelegd voor afvalligheid is gebaseerd op de soenna (overleveringen van de profeet Mohammed). In de overleveringen van Boechaari (meest bekende lezen we dat de profeet zei: “Iemand die zijn geloof verandert, moet worden gedood.” Dat zou betekenen dat ook mensen die van het christendom naar de islam komen, moeten worden gedood. Zij veranderen tenslotte hun geloof ook.
Ook eerwraak en het doden van homo’s komt niet in de Koran voor, maar wel in de soenna.
Veel delen van het islamitisch rijk bestonden uit gemengde gemeenschappen. In een islamitische staat betaalden de christenen en joden een soort belasting.
In de Nederlandse grondwet artikel 6 van 1848 staat: ”ieder heeft het recht zijn godsdienst vrij te belijden. De wet kan….buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen…ter voorkoming van wanordelijkheden, gezondheid, verkeersveiligheid”.
Je kunt je dus afvragen welke islamitische gebruiken de gezondheid of de verkeersveiligheid in gevaar brengen of wanordelijkheden veroorzaken.
Artikel 18 van 1948 zegt: “Een ieder heeft het recht op vrijheid van …godsdienst, dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen…zijn godsdienst…te belijden door het onderwijzen ervan, en de inachtneming van geboden en geschriften”.
Na een pauze was er gelegenheid om vragen te stellen en werd er volop gediscussieerd over allerlei onderwerpen. Natuurlijk kwam ook de hoofddoek weer aan bod.
Al met al een geslaagde avond. Duidelijk is dat dit soort discussies nog steeds heel hard nodig zijn.
<< terug
