21 oktober 2011
Jongerenbijeenkomst ‘Geef jongeren een toekomst. Biedt veiligheid voor allen’
De zaal van Niekee in Roermond zit op 21 oktober om 19.00 goed vol. Meer dan zestig jongeren en twintig ouders zijn die avond gekomen voor de bijeenkomst ‘Geef jongeren een toekomst. Biedt veiligheid voor allen’.
Opening
Na een openingswoord van PPM vice-voorzitter Bouchaib Saadane en de voorzitter van Stichting Marokkaans Platform Roermond (SMP) krijgt de heer Zwijnenberg, wethouder in Roermond, het woord. Hij verontschuldigd twee andere vertegenwoordigers van het college die andere verplichtingen hadden.
Zwijnenberg vindt dat niet alleen de jeugd ‘vet en cool’ is, maar dat ook de gemeente, wanneer zij praat over hun stad, vet en cool is.
De uitspraak ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’ is ook van toepassing op Roermond. Zonder de jeugd heeft de stad geen toekomst. En dan geldt niet alleen voor de gemeente, maar ook voor de banken, de tandarts en de bakker. Als jongeren klant worden, kunnen ze dat nog heel lang zijn.
Roermond heeft een groot aantal jonge inwoners en daardoor is het een vitale gemeente.
Samen bouwen ze aan een gezamenlijke toekomst, een aantrekkelijke stad, waar ze samen trots op kunnen zijn.
Optreden Salaheddine
Dan is het tijd voor het eerste optreden van Salaheddine die op een ludieke manier de Marokkanen op de korrel neemt. Het verschil tussen Marokkanen en Nederlanders in een theaterzaal is volgens hem dat Marokkanen blijven bewegen. Ze laten hun mobiel geen moment met rust en als ze op en neer van buiten naar binnen lopen, blijken ze geen bereik te hebben. Het advies van Salaheddine aan de politie is dan ook: “Wil je de Marokkanen aanpakken, pak hun bereik af”.
Inleiding Veiligheid
De heer Zwijnenberg krijgt weer het woord en begint zijn presentatie met een aantal krantenkoppen van de afgelopen week: ‘Meer jeugd op radar politie’; ‘Jeugd meer op de korrel’; ‘Overlastgevers nog half jaar extra gevolgd’. Dat geeft aan dat er veel gaande is met de jeugd.
Veiligheid omvat een aantal aspecten:
- Veilig woon- en leefomgeving
- Bedrijvigheid en veiligheid
- Jeugd en veiligheid
- Fysieke veiligheid
- Integriteit en veiligheid
Hij vergeleek veiligheid met een voetbalveld: de verdediging (keeper en drie achtervelders) is de politie en stadstoezicht. Het middenveld zijn de scholen, de welzijninstellingen, de zorginstellingen en de wooncoöperaties. In de voorhoede staat iedereen. Justitie is de scheidsrechter en de gemeente is de coach.
Alle spelers moeten de zelfde richting op. De tegenstanders zijn de mensen die overtredingen maken, de jongeren die overlast bezorgen. Zij spelen de bal en komen in de voorhoede, de mensen in de samenleving die de jongeren aanspreken op hun gedrag. Als dat niet werkt, moet het middenveld de burgers helpen. Als ook dat niet helpt, moeten de politie en het stadstoezicht hen een halt toeroepen.
Veiligheid begin met normen en waarden. Als iedereen zich aan de regels houdt die we krijgen van ouders en school, en die in de praktijk brengt, hebben we al veel gewonnen.
Het publiek
De heer Zwijnenberg lanceert een stelling en vraagt het publiek erop te reageren.
De stelling luidt: De jeugd is vooral de jeugd tot last dus ook de oplossing ligt bij de jeugd.
Ouderen hebben andere opvattingen, veel tradioneler. Deze oudere worden geciteerd in de kranten, niet de jongeren. Uit onderzoek bleek dat dader en slachtoffer vaak in de zelfde groep zitten.
Vanuit de zaal komen vragen, hetzij niet direct met betrekking tot de stelling. Een vader in de zaal vraagt waarom jongeren, die voor een licht vergrijp worden opgepakt, hun taakstraf moeten uitvoeren in een examenperiode. Of als ze werken, er contact opgenomen wordt met de werkgever. Het antwoord van de heer Zwijnenberg is in algemene zin: “Voor zonder licht rijden, wordt iemand niet aangehouden. Bij veel overtredingen is het een optelsom en volgt er wel veroordeling en dat heeft consequenties voor het functioneren. Werkstraf is er niet op gericht iemand uit de samenleving te trekken. Werkstraf is een alternatief voor gevangenisstraf en straffen worden niet zomaar gegeven.
De strafrechter maakt een afweging tussen daad en straf.
Een jongedame merkt op dat de politie een groter probleem maakt bij buitenlandse jongeren.
Ze heeft dat aan den lijve ondervonden.
Volgens de heer Zwijnenberg is iedereen gelijk en behoort iedereen gelijk behandeld te worden.
Een andere vader vraagt zich af of de politie zich wel verdiept in de opvoeding bij Marokkanen. Het antwoord hierop is dat er wel info aanwezig is, maar dat het ook nodig is dat er politie komt van Marokkaanse en Turkse politie afkomst. Dat blijkt nog niet zo makkelijk te zijn.
Tweede inleiding Veiligheid
De tweede inleiding wordt verzorgd door de heer de Rooy, chef basiseenheid van politie Roermond.
Hij geeft aan dat de slogan ‘Geef jongeren een toekomst’ ook een thema van de politie is. Hij benoemt een aantal taken en manieren waarop de politie hun multiculturele vakmanschap probeert toe te passen. Een van de taken is het zorg dragen voor daadwerkelijke handhaving. Zij proberen daarbij open te staan voor wat in de maatschappij gebeurt en met iedereen gelijk om te gaan ongeacht etniciteit, leeftijd, of geaardheid.
Ook hij geeft aan dat de politie hetzelfde optreedt bij iedereen. Het maakt niet uit wie het doet.
De beleving van personen kan anders zijn dan de opzet van de politie. Er mag ook niet vergeten worden dat de politie moet optreden tegen de jeugd en dat de jeugd heel brutaal kan zijn.
Hij benadrukt nogmaals dat de politie wacht op mensen met diverse afkomst. Tot dan proberen zij op andere manieren hun kennis te verbreden door o.a. cursussen en netwerken van allochtonen.
Uit onderzoek blijkt echter dat allochtonen die bij de politie werken daar ook vaak weer weg gaan omdat ze gewantrouwd worden door collega’s. Ze zouden niet integer genoeg zijn.
De heer de Rooy geeft aan dat wanneer zo iets in zijn korps zou gebeuren, hij daar zeker tegen zou optreden en maatregelen zou nemen.
Tijdens het tweede optreden van Salaheddine worden You-Tube filmpjes gekeken waarin ook stellingen over de politie aan jongeren worden voorgelegd.
Inleiding Toekomst
Na een pauze met een drankje en een hapje is het woord aan de heer Kemp, ook wethouder bij de gemeente Roermond.
De toekomst begint nu! En wat heb jij gedaan voor je toekomst? Wat hebben anderen voor jouw toekomst gedaan?
De samenleving is zo ingericht om kansen te bieden voor de toekomst, maar de eerste verantwoordelijkheid ligt bij jezelf. Je moet willen en je eigen talenten ontwikkelen. Iedereen heeft wel iets waar hij goed in is, probeer dat te ontdekken.
De gemeente faciliteert bijvoorbeeld onderwijs met speciale klassen voor kinderen die op 12 jarige leeftijd snel Nederlands moeten leren.
Er zijn geen cijfers bekend of de kansen voor allochtonen gelijk zijn aan de kansen voor autochtonen, maar de gemeente probeert in ieder geval gelijke kansen te bieden. Er zijn ook trainingen en workshops ‘multicultureel vakmanschap’ voor organisaties.
Inleiding Discriminatie
Mevrouw Muller-de Beijer, consulent van de Anti Discriminatie Voorziening krijgt het woord. Zij legt uit hoe discriminatie ontstaat. Dat begint al op de basisschool. Vooroordelen zijn niet gebaseerd op feiten maar op meningen. Discriminatie is het ongelijk behandeld worden om reden die er niet toe doen, mensen uitsluiten om bepaalde reden.
Volgens de monitor 2010 heeft een kwart van alle meldingen betrekking op de arbeidsmarkt.
Dat heeft betrekking op de volgende punten:
- Werving en selectie
- Doorstroom naar hogere functies
- Man/vrouw
- Uitstroom
- Op de werkvloer
Zij adviseert de jongeren om altijd te vragen wanneer ze bij een sollicitatie worden afgewezen wat de reden daarvan is. Als ze het vermoeden hebben dat ze geen gelijke kansen hebben gehad, moet dat gemeld worden bij de ADV. De ADV kijkt wat er precies gebeurd is en praat met beide kanten, zij begeleidt de gediscrimineerde.
Daarnaast is het goed dat jongeren erover praten met ouders en vrienden.
Paneldiscussie
De heren Zwijnenberg, de Rooy en Kemp en mevrouw Muller nemen plaats achter de tafel op het podium. Het publiek mag alle vragen op hen afvuren. De heer Hassan Najja leidt het gesprek en opent met het stellen van de vraag wie er van de jongeren al eens stage gelopen heeft.
Een jongeman heeft stage gelopen in de bouw en heeft zich daarbij dubbel moeten bewijzen.
De stagebegeleider vond het een aparte ervaring dat een Marokkaan dezelfde werkzaamheden deed als een autochtoon.
Een andere jongere vraagt wat de gemeente concreet doet waarop de heer Kemp antwoordt dat er cursussen zijn en dat de afdeling sociale integratie de jongeren kan helpen. Hij geeft ook aan dat een bepaalde groep jongeren nooit in beeld komt bij de sociale dienst.
Op de opmerking dat allochtonen jongeren vaak geen bijbaan hebben reageert de heer Kemp dat dat geen taak is van de gemeente.
Nadat een vader aangeeft dat jongeren vaak geen stageplek kunnen vinden door hun achternaam en daardoor met hun studie moeten stoppen reageert een meisje dat zij dit heeft meegemaakt. Wel niet om haar achternaam maar om haar hoofddoek. Mevrouw Muller gaf aan dat dit soort zaken zeker gemeld moeten worden bij de ADV. Een hoofddoek mag zeker niet belemmeren.
Ook de heer Kemp reageert hierop dat dit zeker niet mag gebeuren. Schooluitval is een groot probleem. Daarvoor zijn ook de regionale meld- en coördinatie punten opgezet. De heer Zwijnenberg is zich ervan bewust dat de gemeente een voorbeeldfunctie heeft en vermijd zoveel mogelijk discriminatie. Als tip aan de jongeren geeft hij: Zoek zelf je kans!
De heer de Rooy geeft aan dat ook de politie stageplekken heeft, maar dat zij wel gebonden zijn aan een uniform dus een hoofddoek is lastig. Ook bij de politie is geen sprake van discriminatie.
Een vader merkt op dat er wel degelijk onderscheid wordt gemaakt tussen Marokkanen en Nederlanders bij de politie. De heer de Rooy blijft bij zijn stelling dat zij geen onderscheid maken. Een moeder in de zaal wil graag weten hoe omgegaan wordt met de Wet werk naar vermogen, met jongeren van 23 jaar die afgestudeerd zijn maar geen baan hebben. De heer Kemp geeft aan dat het participatiebudget een probleem is, maar dat zij wel contact zoeken met het bedrijfsleven en dat ook opleidingsinstituten kunnen helpen. “We laten het niet los, maar we zijn straks wel beperkt in de middelen”, aldus Kemp.
Een voorbeeld voor de jongeren is een aanwezige jonge advocaat, die nu een eigen advocatenbureau heeft. Hij adviseert de jongeren om niet in een slachtofferrol te vervallen, kansen te grijpen en door te zetten. Ook hij heeft vaak moeten solliciteren en kreeg vaak afwijzigen, maar hij is bijeenkomsten gaan bezoeken en kreeg dan visitekaartjes mee en ging daar mee aan de slag. Netwerken is erg belangrijk. Op de vraag of hij stage in Roermond heeft gelopen, moet hij negatief antwoorden, maar dat maakt volgens hem niets uit. Je moet creatief zijn in je denken. Op de opmerking van een dame dat er in Roermond geen werk is voor hoogopgeleiden reageert de heer Zwijnenberg dat de gemeente trainees heeft opgericht. Daarop kregen zij 400 reacties waarvan slechts 30 uit Roermond.
Een jongeman reageert op een opmerking dat het verschil tussen allochtonen en autochtonen werklozen niet zo groot is. Hoe kan men dat weten? Het verschil in afkomst wordt toch niet meer geregistreerd.
Een ander wil weten hoe jongeren met een strafblad aan een baan kunnen komen, daar zelfs integratiebureaus vragen om een bewijs van goed gedrag.
Volgens de heren verdient iedereen een tweede en zelfs een derde of vierde kans. Maar je draagt je verleden mee naar de toekomst, dus zorg dat je verleden goed is. Maar je moet altijd in gesprek gaan met een werkgever om die tweede kans te krijgen.
Afsluiting
Tot slot een laatste optreden van Salaheddine waardoor de jongeren toch met een glimlach te avond verlaten.


