Jeugd- en Pleegzorg voor moslimkinderen
Roermond, 14 december 2011
Het zijn voornamelijk vrouwen die zich hadden aangemeld voor deze dag. Ze verzamelen zich op 14 december vanaf half 10 op de eerst verdieping van het Theaterhotel de Oranjerie in Roermond. Er zijn vrouwen aanwezig van Xonar Pleegzorg, Rubcion Jeugdzorg en Bureau Jeugdzorg Limburg. Onder hen is slecht één jongeman. Daarnaast zijn er enkele mannen aanwezig uit de Marokkaanse gemeenschap.
De dag wordt geopend door Aissa Meziani, de voorzitter van PPM. Hij vertelt dat PPM drie jaar geleden is begonnen met het thema ‘Pleegzorg’ in het werkplan te zetten omdat het een onderwerp is waarover veel vragen en onbegrip is bij minderheden. Twee weken eerder was er een bijeenkomst voor imams en moskeebesturen. Dat was een geslaagde bijeenkomst. De aanwezigen toonde bereidheid om moskeeën open te stellen om meer informatie te delen over dit onderwerp. Het is voor organisaties ook vaak onduidelijk wanneer zij een beroep kunnen doen op de moskeeën. PPM wil een brug slaan tussen beiden.
Dagvoorzitter Bouchaib Saadane dankt iedereen voor zijn/haar aanwezigheid en licht het programma toe.
Yassin Elforkani
De eerste spreker is de heer Yassin Elforkani, een jonge imam van Marokkaanse afkomst uit Amsterdam. Hij is afgestudeerd theoloog/islamoloog en betrokken bij diverse organisaties en gemeenten op het gebied van diversiteit en cultuur.
Hij gaat interactief met het publiek in gesprek over cultuurverschillen. Wanneer cultuurverschillen bekeken worden vanuit de politiek kom je al gauw op integratie en aanpassen. We wonen tenslotte in Nederland. Voor professionals is het echter beter om begrip te krijgen. Begrijpen is een competentie en dat is wat hij wil bereiken.
Er bestaat onbegrip tussen ouders en professionals en daardoor kunnen irritaties ontstaan. Dat begint vaak al bij de taal. Toch is daar dan wel begrip voor vanuit de professionals omdat het probleem ligt bij de taal en niet bij de cliënt zelf. Dan is er geen sprake van irritatie maar van frustratie omdat men wel wil helpen, maar niet verder kan.
Het begrip ‘cultuur’ roept bij de professionals diversen dingen op, zoals lekker eten en gezelligheid, maar ook een ander geloof en andere leefomstandigheden. Culturele aspecten geven ook houvast, een identiteit en saamhorigheid. Culturele aspecten zijn vaak aannames die vanzelfsprekend worden. Dat kan onbegrip met zich mee brengen. Er moet grip komen op die vanzelfsprekendheden.
Elke cultuur heeft ook zijn eigen taalcodes.
Als professional is het belangrijk om het vertrouwen van de cliënt te winnen. Dat vraagt wel investering van de professional, want de cliënt komt vaak al binnen met een wantrouwen. Daarom is het belangrijk om competenties te ontwikkelen. Dat zijn algemene competenties en die hoeven niet gericht te zijn op een bepaalde doelgroep. Daarnaast vraagt het natuurlijk ook extra tijd. Naar de cliënt toe moet aangegeven worden dat de professional niet voor hem de problemen gaat oplossen maar dat hij/zij hem gaat helpen de problemen zelf op te lossen.
Fadma Bouchataoui
De tweede spreker is mevrouw Fadma Bouchataoui uit Rotterdam. Zij werkte als maatschappelijk werkster, als docent, gaf trainingen en is nu zzp’er in het ontwikkelingswerk. Zij gaf in Rotterdam opvoeddebatten, ontwikkelde een opvoedcursus en is betrokken bij een wervingscampagne voor landelijke Pleegzorg.
Zij bespreekt hoe islamitische ouders hun levensbeschouwelijke opvattingen naar hun kinderen vertalen en welke spanningen er bestaan tussen hun eigen opvoeding en die van hun kinderen.
In de traditionele (eerste generatie) gezinnen heerst de mening dat de moeder thuis hoort te zijn en de vader buitenshuis werkt. In de werkelijkheid pakt het echter anders uit doordat de vader werkloos is, de moeder dan werkt of beide ouders werken en de kinderen ondergebracht worden bij de grootouders. De vader wordt gezien als gezinshoofd maar bemoeit zich er pas mee als er problemen zijn. Verder wordt hij gevreesd, kan alleen dwingen en straf is zijn instrument. Zijn taal is strak, kort en autoritair.
Zo zijn veel jonge ouders van nu opgevoed, maar zij willen het zelf wel anders aanpakken. Zij moeten daarin keuzes maken en kiezen tussen de eigen traditie en de Nederlandse. Vieren ze de familiefeesten, zoals het Suikerfeest of gaan ze mee in wat de kinderen willen, Kerst en Sinterklaas. Ze zijn constant bezig afwegingen te maken wat ze wel en niet zullen doen. Soms moeten ze prioriteiten stellen die ze zelf niet willen. Ze hebben zich te verantwoorden aan zichzelf, de Nederlandse samenleving en hun ouders/familie. Nieuwe dingen gaan niet vanzelfsprekend.
Respect is een belangrijk aspect en staat gelijk aan gehoorzaamheid. Kinderen zijn meer individualistisch aan het worden en verliezen respect. Zij willen een weg in de Nederlandse samenleving en gelukkig zijn. Het ontbreekt hen echter aan goede voorbeelden.
Ouders gaan actief op zoek naar informatie met betrekking tot islamitische opvoeding. Veel informatie is te vinden op internet maar ook vanuit de Koran.
Bouchataoui noemt een aantal aspecten vanuit de islamitische pedagogiek.
- Beide ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding. Zij moeten aandacht besteden aan hun kinderen en betrokkenheid tonen. Zij moeten een goed voorbeeld zijn/geven. Dit loopt zelfs door na een eventuele scheiding.
- De band tussen ouder en kind is heilig. Kinderen hebben respect voor de ouders, maar ook andersom. De ouders hebben de plicht om hun kind nooit te verwerpen ook als het een andere richting kiest.
- Ouders zijn als rentmeester voor hun kinderen. Ze horen minder autoritair te zijn dan zij in de praktijk zijn. Een kind is een geschenk van God, daar hoor je goed voor te zorgen, met tederheid, geborgenheid en respect voor het individu zodat het zich kan ontplooien tot een sterke persoonlijkheid.
- Ouders kunnen fouten maken. Een kind wordt geboren als een onbeschreven blad, in zuivere staat. Het wordt gevormd door de ouders.
- De nadruk ligt op ‘tijd investeren’
- Voorbeeld van de profeet in hoe met jonge kinderen om te gaan. Hij heeft (zijn) kinderen niet alleen verzorgd, maar ook met hen gespeeld. Ouders moeten met hun kinderen praten, dingen uitleggen.
Naar aanleiding van een vraag gaat Elkorkani nog eens in op het begrip ‘straatcultuur’. De ouders van jongeren met problemen hebben vaak geen kennis van de straatcultuur. Straatcultuur is een driehoek tussen straat, thuis en school. Het zijn drie eilanden. Het kind kan op elk eiland een ander persoon zijn. Thuis moet men sterk staan. School moet gelijk zijn aan thuis. Op het moment dat de straatcultuur dominant is, is er een probleem.
Bouchataoui geeft antwoord op een vraag van een Marokkaanse vader over de rolverdeling tussen man en vrouw. Die rolverdeling is verandert. Er is veel aandacht geweest voor de emancipatie van de vrouw. De man is daarbij vergeten waardoor de vrouw de man voorbij gelopen is. In Rotterdam is er reeds aandacht voor de man.
Workshops
Er zijn twee workshops. De ene groep gaat onder leiding van Fadma Bouchataoui in op wat anders kan in de Jeugd- en Pleegzorg. De andere groep bespreekt onder leiding van Yassin Elforkani het begrip ‘Kafala’ in de islam en pleegzorg zoals die in Nederland is georganiseerd.
Na afloop blijkt dat de uitkomsten van beide workshops veel raakvlakken hebben. Men kwam uit op een aantal punten:
- Er bestaat een negatief beeld over Jeugdzorg. Vaak is een bemoeienis van een overheidsinstantie bedreigend. Dit beeld bestaat bij alle gezinnen maar vooral bij minderheden. Zij begrijpen vaak niet waarom een kind uit huis wordt geplaatst.
- Vaak komt hulp te laat. Pas als er door instanties een probleem wordt geconstateerd, komt JPZ in beeld.
- Islamitische mensen denken dat pleegzorg niet is toegestaan in hun geloof. Dat is een misverstand. Adoptie is niet toegestaan, maar de islam doet juist een groot beroep op de opvang van kinderen met een probleem.
- De wil is aanwezig, dat is een goede grond tot samenwerking.
- Er is nog veel informatie nodig en die moet herhaaldelijk gegeven worden en niet eenmalig.
- De negatieve beeldvorming wordt gevoed en bevestigd door negatieve incidenten.
- Sleutelfiguren moeten getraind worden om het systeem van JPZ uit te leggen.
- Er moet geïnvesteerd worden in het voortraject.
- Éen op één contact is belangrijk. Benadering in een groep is moeilijk. Wanneer wel een groep benaderd wordt, dan mannen en vrouwen apart.
- Maak gebruik van het kader van de cliënt. Gevoelige vragen kunnen veralgemeniseerd worden.
- Probeer een interventieteam samen te stellen.
Bouchaib Saadane bedankt iedereen voor zijn komst en met name Yassin Elforkani en Fadma Bouchataoui voor hun goede inbreng. Hij bedankt iedereen die aan de voorbereiding van de dag hebben deelgenomen en de provincie voor hun financiële steun.
December 2011, Amina Sebbar
<< terug



