Venlo, 29 november 2011
Bijeenkomst ‘Met veiligheid als basis,
bouwen wij aan de toekomst’.

De zelfde samenwerkingspartners als vanavond, Wachm, PPM, Wel.kom en de politie organiseerden al in 2009 een debat over dit onderwerp. Een aantal van de aanwezigen was ook daar bij aanwezig. Deze avond wordt er gekeken wat de stand van zaken nu is. Welke ontwikkelingen hebben er plaats gehad?
De gespreksleider van de avond, Mustafa Amhaouch, licht het programma toe en kondigt de eerste spreker aan: de heer Bryan Rookhuijzen, korpschef politie Limburg-Noord. Hij vervangt allereerst de burgemeester van Venlo, die helaas verhinderd was om een welkomstwoord te spreken. Ook Rookhuijzen was aanwezig bij het debat in 2009. Hij herinnert het zich nog goed en noemt dergelijke bijeenkomsten goede initiatieven om partijen bij elkaar te brengen.

Veiligheid
Wat is veiligheid? Als je het beperkt tot criminaliteit, is het anders dan wanneer je ook overlast erbij betrekt. Per jaar worden er bij de Politie Limburg-Noord 30.000 aangiften gedaan. Daaruit worden 6.000 ‘boeven’ overgedragen aan het Openbaar Ministerie. De trend in Nederland is dat de ‘echte criminaliteit’ dalend is.
Maar de overheid worstelt wel met het feit dat het publiek zich onveilig voelt. Wanneer een groepje jongeren met brommers bij elkaar staan, is dat geen criminaliteit, maar het geeft de mensen wel een gevoel van onveiligheid. Bewoners zijn vaak onvoldoende in staat een reactie te geven op gedrag wat ze niet goed vinden. Terwijl de jongeren zich niet bewust zijn van wat hun gedrag doet. Veiligheid is dus eigenlijk grip hebben op de omstandigheden. “Als er geen grip is op de omstandigheden, dan speelt onveiligheid op je gemoedsrust”, aldus de heer Rookhuijzen.
De chef basiseenheid Tegelen, de heer Palmen, is ook aanwezig, evenals enkele wijkagenten. De heer Palmen geeft aan dat de politie als taak heeft om de dingen die in de samenleving plaats vinden, in de gaten te houden. De politie beschermt. Toch is het ook belangrijk dat mensen in de wijk een bepaalde zelfredzaamheid hebben, waarbij de politie slechts faciliteert en ondersteunt.

De vraag is of we als burgers de overlast van jongeren ook zelf kunnen oplossen. Hierop komen diverse antwoorden vanuit het publiek:
“Vooral oudere mensen vinden het moeilijk en zijn angstig”.
“Aanspreken van de jeugd heeft te maken met normen en waarden. De sociale controle is verdwenen door individualisering. Mensen zijn bang om elkaar aan te spreken.”
“Onbekend maakt onbemind. Er zijn projecten nodig om elkaar te leren kennen.”
“Ouders vinden het moeilijk om eigen jongeren aan te spreken.”.


Belangrijk is in hoeverre we de wijk waarin we wonen ook zien als ‘onze wijk’. Als je het gevoel hebt dat je gewaardeerd en geaccepteerd wordt, ga je mensen aanspreken. Als je in onzekerheid leeft, doe je dat niet. Hoe kunnen we dat oplossen? Volgens een jonge straatcoach is het belangrijk om met kleine stapjes te beginnen door middel van projecten.

Zijn Marokkaanse jongeren lastig?
Een Marokkaanse moeder zegt dat ze alleen stoer doen. Ze hebben een klein hartje en willen ergens bijhoren. Door ze niet anders te behandelen is het wel mogelijk ze te bereiken. Er zouden ook meer allochtone jongerenwerkers moeten komen. Een jongerenwerker uit Tegelen/Reuver vindt dat het nu niet veel anders is dan 15 jaar geleden toen zij zelf nog jong was, maar mensen blijven nu hangen in klagen.

Een jongen van 20 jaar geeft aan dat er in Venlo weinig voor hen te doen is. Ze lopen aan tegen werkeloosheid, problemen op school en ze worden vreemd aangekeken.

Wordt er voldoende gedaan vanuit de Marokkaanse gemeenschap?
Er zijn initiatieven in het verleden, bijvoorbeeld van Stichting Noemidia, die wel voor verbetering hebben gezorgd. Het probleem ligt ook bij subculturen. Allochtonen jongeren kunnen zich niet identificeren met Nederlandse jongeren. Nederlandse organisaties zouden moeten samenwerken met allochtone organisaties. Aan de jongeren zullen ook toekomstperspectieven geboden moeten worden en dat zal van hoger af moeten komen.

Volgens een agente heeft het ook te maken met de opvoeding. Ze ziet bij sportactiviteiten weinig allochtone ouders. Dat verbaast een Marokkaanse moeder. Volgens haar doet de tweede generatie dat juist wel. Zij ziet veel ouders bij de sportactiviteiten. Ook een vader is het niet met de agente eens. Hij ziet juist veel betrokkenheid, zowel bij de sport als bij de scholen. De laatste twee, drie jaar zijn Marokkaanse ouders zich veel bewuster van het belang van deze betrokkenheid.
Toch ziet de politie deze betrokkenheid niet als ouders aangesproken worden op het gedrag van de jongeren. Het blijkt echter dat de aanpak van de politie niet effectief is. Zij hebben een brief gestuurd om ouders en jongeren uit te nodigen voor een gesprek. Daar is geen gehoor aan gegeven. De oorzaak hiervan ligt volgens het publiek niet aan betrokkenheid maar aan de schaamtecultuur binnen de Marokkaanse gemeenschap. Individuele aanpak zou effectiever geweest zijn.
Straatcoaches zijn wel bezig met deze individuele aanpak. Het gaat daarbij om jongeren van 14 tot 18 jaar. Jongeren die nog gevormd moeten worden. Ouders zijn daarin de belangrijkste schakel en zullen door straatcoaches ook betrokken worden. Eventueel kan ook doorverwezen worden naar instanties.



Stelling 1: De Venlose Marokkaanse gemeenschap spreekt elkaar binnen de gemeenschap niet aan op onwenselijk gedrag.

Marokkaanse ouders praten wel met elkaar maar niet over de problemen. Dat gebeurt alleen binnen organisaties zoals Wachm en Noemidia. Ouders pakken signalen wel op, maar spreken in algemeenheden. Zij praten tegen hun kinderen, maar niet met hun kinderen. Ze schakelen vaak oudere broers in om het gesprek aan te gaan. Stichting Wachm heeft cursussen georganiseerd over opvoeding voor moeders en vaders. Daarin werd dit probleem ook geconcludeerd, maar er verandert nog niets. Wanneer ouders medeverantwoordelijk gemaakt worden, nemen zij die verantwoordelijkheid ook. Organisaties zijn dan de schakels.
Soms willen vaders hun zoons aanpakken door te slaan, maar dat mag dan weer niet. Slaan is echter niet het juiste middel. Opvoeden begint al vanaf nul jaar, maar in de Marokkaanse cultuur leert men dat men de eerste zeven jaar met het kind speelt, de tweede zeven jaar opvoedt en de volgende zeven jaar als een vriend is.


Stelling 2: Marokkaanse Venlose jongeren voelen zich terecht gediscrimineerd door de politie.
Een agente geeft aan dat de politie niet discrimineert, maar reageert op een bepaalde manier op wat er op straat gebeurt. In hun opleiding leren ze met bepaalde groepen om te gaan, maar een politieagent(e) is ook maar een mens en ieder heeft een eigen aanpak.
Een jongedame heeft er niet zo mee te maken maar heeft jongens wel horen zeggen dat allochtone jongeren als probleemjongeren worden gezien. Zelf als de groep gemixt is qua afkomst, krijgen ze de stempel ‘Marokkaanse jeugd’. De politie geeft toe dat ze soms een kat en muis spel spelen wat irritaties oplevert aan beide kanten.

Pauze
Voor en in de pauze is er een optreden van de muziekgroep Bouya. Natuurlijk is er ook gezorgd voor een hapje en een drankje.

 

Werkgelegenheid
Spreker over dit onderwerp is de heer Ramon Testroote, wethouder in Venlo. Ook voor hem is het de tweede bijeenkomst met dit thema. Tijdens die eerste bijeenkomst zijn raadsleden gekoppeld aan jongeren. Een van hen is aanwezig en vertelt dat dit een positieve zet was. Het werd als steun ervaren en er gingen mogelijkheden open voor de jongeren.

Daarna beschrijft Testroote de ontwikkeling die de gemeente heeft doorgemaakt. In 1984 was er een grote werkeloosheid. De gemeente was alleen bezig met verstrekken van uitkeringen en de overheid met het bewaken van rechtmatigheid. Begin jaren ’90 veranderde de wet. De gemeente moest mensen aan werk gaan helpen. Er werd geïnvesteerd in persoonlijk contact.
Er kwam WIJ: Wet Investeren in Jongeren. En dat gold voor alle jongeren ongeacht afkomst. Er werd wel rekening gehouden met cultuur door het persoonlijk contact. Jongeren die zich melden voor een bijstandsuitkering krijgen een arbeidscontract van de gemeente. Ze verdienen hetzelfde als bij een uitkering, maar ze zijn wel werknemer en hebben contact met hun coach. Jongeren met een crimineel verleden worden begeleid en aan werk geholpen.

Aan de ene kant komen er geluiden dat het voor jongeren moeilijk blijft werk te vinden omdat er toch gediscrimineerd wordt. Bijvoorbeeld bij supermarkten en uitzendbureaus. Allochtone jongeren hebben ook vaak geen kruiwagen.
Aan de andere kant wordt aan gegeven dat ze niet in een slachtofferrol moeten kruipen en creatief moeten zijn. Soms moet je vechten, maar blijf vertrouwen hebben.

Roze bril
Tot slot vraagt de gespreksleider de heer Testroote en enkele andere aanwezige een roze bril op te zetten en daardoor naar de toekomst te kijken. Testroote ziet voldoende werkgelegenheid in de toekomst. De arbeidsmarkt verandert en de beroepsbevolking veroudert. Helaas zullen vooroordelen wel blijven want die zijn er al altijd geweest.
De heer Mohammed Meziani ziet ook een mooie toekomst. Enkele universiteiten zijn van plan zich in Venlo te vestigen en daardoor wordt Venlo een studentenstad wat ook voor nieuwe werkgelegenheid zal zorgen.

Daarmee wordt de avond afgesloten.

<< terug