40 jaar Migratie van Marokkanen naar Limburg
Voor de deur van het Limburgs Museum stond op 30 januari 2011 een kleurrijke bus. Met op de zijkanten grazende koeien en op de achterkant een kaartje van Marokko. Het was de bus van de Riftour. De Riftour is een reizende tentoonstelling die Marokkaanse migratieverhalen vertelt en een rondreis heeft gemaakt door Nederland én door Marokko.
Binnen in het Limburgs Museum kwamen meer dan 100 mensen bij elkaar om naar nog meer migratieverhalen te luisteren. Daar werd stilgestaan bij 40 jaar migratie van Marokkanen naar Limburg.
Welkomswoord
De aanwezige mensen werden welkom geheten door iemand van Noemidia. Hij was verheugd dat men tijd had gemaakt op deze zondagmiddag om samen de eerste generatie Marokkanen in het zonnetje te zetten. Ook Barbara Kruizen van het Limburg Museum sprak een kort welkomstwoordje waarna zij het woord gaf aan de dagvoorzitster Hayat Barahmun.
Barahmun is als vierjarige naar Nederland gekomen, nadat haar vader in Marokko de keuze kreeg tussen Tegelen en Texas. Hoe anders zou haar leven eruit hebben gezien wanneer haar vader een andere keuze had gemaakt?
Veel Marokkanen zijn eind jaren 60 en begin jaren 70 naar Nederland gekomen voor fysiek zwaar, ongeschoold werk. Ze werden geworven door een soort van Nederlands arbeidsbureau in Marokko. In Nederland werden zij warm onthaald, zelfs door koningin Beatrix en prins Claus. Van beide kanten was de verwachting dat zij maar voor tijdelijk zouden komen, maar de Marokkanen zijn gebleven. En niet alleen dat; zij hebben ook hun vrouwen en kinderen laten overkomen. En zo is er een tweede en derde generatie ontstaan. De Marokkanen zijn niet meer alleen arbeiders, er zijn Marokkaanse artiesten, sporters, politici, etc. Met uitzondering van een kleine groep doen ze het goed. En ze doen mee!
Openingswoord
Het openingswoord werd gesproken door de heer Testroote, wethouder Werk en Inkomen van de gemeente Venlo. Hij noemde het terugkijken op 40 jaar migratie een gezamenlijke geschiedenis en vroeg zich af waarom daar niet eerder aandacht aan besteed was. Waarom had de gemeente daar zelf niet aan gedacht?
Veel Marokkanen gingen in de mijnen werken. Zij leverden daarmee een bijdrage aan de opbouw van de provincie Limburg. De sluiting van de mijnen had dan ook een grote impact op hen. Ook dat was een aspect van de geschiedenis.
Hij vertelde ook zijn eigen ‘Marokkaanse’ geschiedenis. Die begon met Ahmed, die tijdens de voetbaltrainingen extra zijn best deed om zich te bewijzen, wat Testroote met jaloezie aanschouwde. Daarna kwamen de Marokkaanse buren waarmee het gezin een vriendschappelijke band opbouwde. Tijdens de bruiloft van het buurmeisje maakte hij kennis met het gescheiden feestvieren. Groot was dan ook de verbazing dit terug te zien bij een familiefeestje. Hoewel het daar een ongeschreven regel was, zaten ook daar mannen en vrouwen apart.
Meer parallellen zag hij bij familie die geëmigreerd was naar Nieuw Zeeland. Daar wonen Nederlanders gezellig bij elkaar en hebben ze een molentje op het dak.
“Maar val niet in deze valkuil”, is zijn advies. Zet de ramen open en zoek contact. Er zijn veel Marokkanen die vrijwilligerswerk doen, maar meestal onder de Marokkanen en niet bij organisatie waarbij ook Nederlanders actief zijn.
Hij voelt zich rijk met getalenteerde Marokkaanse mannen en vrouwen in zijn vriendenkring. Hij ziet veel talent en potentie binnen de Marokkaanse gemeenschap. Hij hoopt dat heel Limburg zal aanvaarden welke bijdrage de Marokkanen leveren en hij maakt een diepe buiging voor de 1e generatie.
De dagvoorzitster bedankt hem en vraagt of hij er nog wat mee gaat doen in de politiek. Testroote antwoord dat hij zeker zal laten zien welke potentie er aanwezig is. Daarnaast zal er in ieder geval van de gemeente een brief uitgaan naar Marokkanen van de 1e generatie waarin zij vrijgesteld zullen worden van de inburgeringplicht.
Dat verdient applaus.
Pionier van het eerste uur
De heer M. Arssi is geboren in 1952 in de buurt van Nador en in 1973 met zijn ouders naar Nederland gekomen. Hij behoort dus al tot de tweede generatie. Na eerst een aantal jaren in een ijzergieterij gewerkt te hebben, werd hij bij sollicitaties afgewezen vanwege de taal. Dat zette hem ertoe aan om een cursus te gaan volgen om de taal beter te leren, met als gevolg dat hij werd aangenomen bij Pope in Blerick. In 1978 nam hij het initiatief om vrijwilligerswerk binnen de Marokkaanse gemeenschap op te richten. Dat was het begin van vele vrijwilligersbaantjes. En zeker niet alleen binnen de Marokkaanse gemeenschap. Zo was hij 13 jaar lang jeugdleider bij een voetbalclub, waarna hij aansluitend een cursus scheidsrechter veldvoetbal deed en 10 jaar scheidsrechter was. Na een aantal tegenslagen hervatte hij het werk en het vrijwilligerswerk. Hij werd bestuurslid van de scheidsrechtersvereniging en zat 6 jaar lang in de Ouderraad van de school van zijn jongste zoon. Daar gaat hij de geschiedenis in als de eerste Marokkaanse man die aan de weg heeft gestaan om kinderen veilig de straat te laten oversteken.
Nog steeds zit hij in de Seniorenraad en de wijkraad en hij hoopt dat iedereen zijn voorbeeld zal volgen.
Muziek en film
De groep Bouya onder leiding van de heer Ammari gaf een optreden. Vooral de jeugd op de eerste rij genoot er zichtbaar van. Ondanks dat de teksten in het Tammazight niet door iedereen te verstaan waren, was de muziek voor iedereen te verstaan: vrolijk. Duidelijk was wel dat ze zongen over hun land en volk.
De documentaire van de AVRO ‘Hier en daar een Marokkaan’ liet in een verkorte versie zien hoe de omstandigheden waren van de gastarbeiders in de mijnen. Het harde werken, de bezoekjes aan Marokko, de dromen die bleven…..
Pauze
Tijdens de pauze was er gelegenheid om de Riftour bus te bezoeken, de cd van de groep Bouya te kopen, een glaasje Marokkaanse thee te proeven en de schilderijen in de hal te bezichtigen. Natuurlijk werd er ook volop met elkaar gesproken en genetwerkt. De diversiteit van het publiek was nu goed zichtbaar: jong en oud, man en vrouw, mensen met verschillende achtergronden. Dat was ook voor L1 interessant om vast te leggen.
Toen wij uit Marokko vertrokken
Tijdens het rondetafelgesprek onder leiding van de heer Balguid, vertelden een viertal heren hun verhaal.
De heer Ait M’bark is vanuit Ouarzazate, in het zuiden van Marokko, via Frankrijk, diverse omzwervingen en Weert in 1974 naar Venlo gekomen.
De heer Haj Ahmed Haddad is als 18 jarige student in 1969 naar Venlo gekomen. In eerste instantie met een visum voor 3 maanden, maar via een soos ‘om de hoek ‘ veroverde hij een studentenplaats. Hij woont nu 42 jaar in Venlo. Alles wat hij doet, doet hij voor God en niet om er zelf beter van te worden.
De heer Haj Mohamed Lotfi kwam in 1965 naar Nederland. Via het ‘stelen’ van woorden uit de monden van Nederlanders leerde hij de taal. Inmiddels heeft hij verschillende onderscheidingen gekregen. Niet alleen van de gemeente, maar ook van Koningin Beatrix en van Koning Hassan II. Koning Mohammed VI stuurde hem een brief.
Hij heeft altijd geprobeerd de Marokkanen te stimuleren en dat wil hij ook doorgeven aan zijn kinderen. “De kinderen moeten nog meer uitzoeken voor hun gemeenschap. Als wij niets doen, kunnen wij niets bereiken”, aldus de heer Lotfi.
Noemenswaardig is ook dat de heer Lotfi de eerste Marokkaanse Sinterklaas was.
De heer Haj Abdelkader Allalouch is via Algerije naar Nederland gekomen. Op een gegeven moment waren er in Marokko geen paspoorten meer te krijgen en de enige weg naar Europa was via Algerije. Hij was eerst in Frankrijk, daarna in België. In Nederland belandde hij eerst in de mijnen van Maastricht. Dat was zwaar werk en na een jaar nam hij ontslag om zich vervolgens in Venlo te vestigen. Hij is tevreden met zijn leven in Nederland.
Ook de heer Ait M’bark heeft een bestaan in Nederland opgebouwd. Toch denkt hij dat de kinderen het moeilijker zullen krijgen. Nederland is veranderd en vooral de politiek. Vroeger was Nederland gastvrij. De mensen hadden vertrouwen in hen. Zij waren harde werkers.
De heer Testroote wordt gevraagd te reageren op deze uitlatingen. Hij is er zich terdege van bewust dat de gastvrijheid in Marokko en die in Nederland een wereld van verschil zijn. Dat is niet te veranderen. Helaas is er destijds niet geïnvesteerd in de Nederlandse taal en om de mensen erbij te laten horen. We moeten daarvan leren. We moeten ons niet laten leiden door angst, maar uitgaan van de kracht. We moeten positief blijven en positief naar de toekomst kijken, zodat we later kunnen constateren dat angst onterecht was. Testroote ziet in ieder geval een positief toekomstbeeld.
Theatergroep Noemidia
Noemidia is een theatergroep die bestaat sinds 2004 en zij willen door middel van theater de integratie en emancipatie van de Marokkanen in Venlo bevorderen. In deze uitvoering laten zij op ludieke wijze zien hoe het er bij de eerste gastarbeiders aan toe ging. De heren Azzouz en Ari wonen samen in een pension en hebben een afspraak met de heer Janssen van de fabriek. Azzouz spreekt een beetje Frans en Ari gebrekkig Nederlands. Dat zorgt voor de nodige spraakverwarringen. Voor de heer Janssen is het niet belangrijk of ze kunnen lezen of schrijven. Belangrijk is of ze gezond zijn en dat controleert hij ter plekke. En de heren zijn zo gezond dat ze wel 40 jaar kunnen werken!
Een maand later wordt er contant uitbetaald voor de 80 uur per week die ze hebben gewerkt. De heren willen graag Nederlands leren, maar de heer Janssen laat hen weten dat ze alleen hoeven te werken, school is niet belangrijk.
Veertig jaar later zijn de heren versleten. En Nederland is hen vergeten! Ondanks deze trieste constatering was het een vrolijk schouwspel.
Afsluiting
Na een tweede optreden van de groep Bouya, sluit de heer Saadane de middag af met een dankwoord. Hij bedankt de samenwerkingspartners Noemidia en het Limburgs Museum. Hij bedankt SMN, die het mogelijk heeft gemaakt dat de Riftour bus als laatste standplaats in Venlo stond. Hij bedankt dagvoorzitster Hayat Barrahmun en alle aanwezigen.
<< terug


